Terwijl sommigen erop uittrekken om alsemzaad te verspreiden of alsem in het wild te zoeken, ging ik even op zoek naar vroeger gebruik van het woord “alsem” in onze taal. Ik ging ervan uit dat men dat kruid ook in onze contreien kende, en dat er dus ook misschien een gezegde of andere verwijzing naar te vinden moest zijn. Al gauw vond ik volgende stukjes:
Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal (Pieter Jacob Harrebomée, 1861):
“Dat is schoone alsem, zei den boer, en hij zag een bos wouw op het venster liggen.”
“Dat is een bitter zoopje, zei Krelis den boer, en hij dronk alsemwijn.”
“Men moet geen alsem in den wijn mengen.”
Middelnederlandsch woordenboek (Matthias de Vries, 1864)
“ALSENE (alsen), znw. zw. vr. Het bittere kruid, thans ‘alsem geheeten, in ‘t lat. absinthium genoemd. Ook Kil. heeft Alssen, en hiermede stemt zoowel sp. alosna als ohd. alahsan (gbaff I, 237) overeen. Toch is ons alsem de oudere en echte vorm, getrouwer beantwoordende aan het oorspr.alah-sâmo, waaruit het woord bij samentrekking ontstaan is, eu dat letterlijk tempel zaad, heilig kruid beteekent (van goth. alh-s, ohd. en ondd.alah, ags. alh, tempel, en ohd. sdmo, mhd. sdme, nhd. same, zaad); want de alsem werd in het volksgeloof onder de heilige kruiden gerekend. Zie Kuhn’s Zeitschrift, IX, 74.”
En tot slot ook nog deze afbeelding uit Afbeeldingen der artseny-gewassen mit der zelver nederduitsche en latynsche beschryvingen, Deel 1 (Diederick Leonhard Oskamp, 1796):
Onderstaande artikel (klik om te vergroten) over absint en Absinthia staat vandaag in Smaak magazine nr. 52.
Let wel, de foto is níet van een product dat Absinthia aanbiedt, en valt niet onder wat kenners absint noemen. De foto toont een product dat wel verkocht wordt als absint, maar het volstrekt niet is. Waarom men deze foto verkoos boven de ingezonden leuke foto is mij niet duidelijk, maar gelukkig is de tekst wel correct (buiten minstens twee schrijffouten van de redacteur)
Op het blog van collega Markus Lion staat te lezen dat een aantal distilleerders uit de Zwitserse Val-de-Travers een aanvraag hebben ingediend om de benaming “Absinthe”, “Fée Verte” en “La Bleue” te reserveren voor producten die afkomstig zijn uit de Val-de-Travers door middel van een IGP (Indication Géographique Protégée). Dit heeft tot gevolg dat andere Zwitserse distilleerders buiten het Val-de-Travers gebied (en dus ook uit het buitenland) hun product niet als “Absinthe” op de Zwitserse markt zouden kunnen brengen.
Hun argumenten?
- Zowat de helft van de door hen ondervraagde consumenten associëren “absinthe” met de Val-de-Travers;
- de streek was de oorspronkelijke geboortewieg van absint;
- rond 1870 werd in de Val-de-Travers jaarlijks zo’n 370.000 liter absint geproduceerd. Toen het verbod op absint van kracht ging in 1910 waren er in de Val-de-Travers zo’n 600 mensen tewerkgesteld op de alsem- en ponticavelden.
De distilleerderij van Matter (Kallnach) gaat alvast, samen met Markus Lion, juridische stappen ondernemen om de aanvraag te kelderen. Immers, mocht deze bescherming van de naam “Absinthe” binnen Zwitserland erdoor komen, kunnen zij geen producten meer als “Absinthe” uitbrengen. Wordt ongetwijfeld nog vervolgd…
Je zit aan tafel, een glas absint voor je, de absintfontein vol ijs en water. Je druppelt langzaam water uit de fontein in je glas, waardoor er prachtige oliewervelingen in je glas ontstaan en tenslotte, als een mystieke wolk, het groen van de absint verandert naar een groen-witte, ondoorzichtige kleur.
Dit effect staat bekend als louche, wat zoveel wil zeggen als “ondoorzichtig”. Maar wat veroorzaakt dit nu eigenlijk? Hoe komt het dat andere dranken als pastis of ouzo ook “louchen”? En klopt het dat, om een mooie louche te bekomen, je het water erg langzaam of zelfs druppel per druppel bij de absint moet toevoegen? Als leek in de chemie ga ik proberen hier een antwoord op te formuleren.
Absint is een drank gedistilleerd uit kruiden. In het eindproduct zitten een aantal essentiële oliën, alsook anethol uit de anijszaadjes. Met name deze anethol lost niet op in water, maar vormt wel piepkleine druppels die het licht op een bepaalde manier breken. Andere factoren die meespelen zijn temperatuur, viscositeit of dichtheid van de vloeistof en de snelheid waarmee je het water toevoegt. Maar ook het alcoholgehalte speelt een rol. Hoe lager het alcoholpercentage, hoe sneller de louche zal plaatsvinden. Een pastis, die traditioneel 45% alcohol bevat, vertoont dit verschijnsel haast onmiddelijk – temeer omdat er erg veel anethol in pastis zit. Een traditionele absint van 68 graden alcohol loucht dan weer veel langzamer en sierlijker.
Wat dus van belang is voor de louche is:
- De hoeveelheid anethol (met bvb. steranijs breng je veel anethol in je mengsel);
- Het alcoholpercentage;
- De algemene condities voor oplossing of afscheiding van oliën: temperatuur, viscositeit en de snelheid waarmee water wordt toegevoegd.
Een leuk experiment om vast te stellen welke invloed de toevoegsnelheid van water op absint heeft werd enkele jaren geleden al gepubliceerd op het inmiddels heengegane Groene Fee-forum. Hierbij werden twee identieke glazen, gevuld met eenzelfde absint, naast elkaar gezet. In het ene glas goot men het water gestaag bij de absint, in het andere druppelde men middels een absintfontein. Het verschil was opmerkelijk, ook qua smaak. De verschillende oliën, die bij een verschillende verhouding oplossen, geven immers ook op een verschillend moment hun smaken (en aroma’s) vrij.
Ieder die op het internet op zoek gaat naar informatie omtrent absint komt al gauw terecht op The Virtual Absinthe Museum. Deze website staat bomvol correcte informatie, mooie foto’s en leuke anecdotes aangaande onze geliefde drank absint. De eigenaar van deze website is David Nathan-Maister, een voornaam figuur in de absintwereld. Na lang in Zuid-Afrika gewoond te hebben en daar aan wijnbouw te doen, woont hij nu in Engeland, en is hij vooral gekend om zijn legendarische vermogen ons telkens weer te verrassen met de één of andere fles vintage absint (absint van vóór het verbod, dus zo’n 100 jaar oud) op zijn website te koop te stellen. In 2008 besloot hij zijn hele website en meer in boekvorm uit te brengen onder de naam “The Absinthe Encyclopedia”.
Dit is boek is echter niet zomaar een print-out van zijn website. In een aantal logisch opeenvolgende hoofdstukken brengt hij ons zowat alles wat er te weten valt rond absint. Van het vroegste gebruik van het kruid absintalsem tot de distillatie ervan, van het absintritueel tot het verbod en de hedendaagse heropleving van de groene fee. Alles vergezeld van een duizelingwekkend aantal foto’s en originele tekeningen. Engelse vertalingen van distillatiehandleidingen, literatuurfragmenten aangaande la fée verte, besprekingen van bekende antieke absintlepels, glazen, en vintage absintmerken, zelfs een hoofdstuk gewijd aan néplepels.
Voor zowel de complete leek als de doorwinterde absintliefhebber is dit een erg nuttig en vooral interessant werk. Je kunt natuurlijk de website bezoeken en de prentjes ervan opslaan op je harde schijf, maar het in boekvorm hebben is toch net ietsje handiger en het geeft mij althans nog steeds een gevoel van degelijkheid. Daarbij komt ook nog dat er in dit boek een aantal dingen staan die gewoon niet op zijn website voorkomen. Het enige minpuntje is misschien de prijs, maar voor een beetje liefhebber mag dat geen probleem zijn. Het boek wordt door hemzelf uitgegeven in prachtig verzorgd materiaal wat misschien de iets hogere prijs kan verklaren.
Je kan het boek (in hard- of softcover) bestellen op zijn website http://www.oxygenee.com
The Absinthe Encyclopedia
David Nathan-Maister, 2008
Uitgegeven door Oxygéneé Ltd.
362 pagina’s.
Dat absint an sich een overheerlijke godendrank is ga je mij niet horen weerleggen. Maar dat absint ook in coctails kan gebruikt worden evenmin. Vooral de anijsrijke varianten of althans de minder kruidige merken lenen zich erg goed tot het maken van cocktails. Naast absint worden tal van ingrediënten gebruikt, gaande van champagne tot rum en zelfs eieren. Hier geef ik een aantal van de bekendste, klassieke cocktailrecepten vrij. Of alle recepten allemaal even geslaagd zijn laat ik in het midden, aan u om het uit te proberen. Lees verder »
De reeks van Duplais Absinthe, met name de Verte, Balance en Blanche, zijn een gevestigde waarde in de collectie van de absintliefhebber. De oorspronkelijke bedoeling van deze merken was om een historisch correcte absint te produceren (de recepten komen uit het handboek van P. Duplais, één van de voornaamste distilleerders uit de 19e eeuw) en deze te voorzien van een etiket met oeuvres van hedendaagse kunstenaars, die elkaar ook kennen en onderling samenwerken. Een consistent en geslaagd concept. Maar niet iedereen deelt dezelfde smaak, niet alleen qua drank, maar ook qua verpakking en labeling. Het is begrijpelijk dat sommigen bij het zien van de etiketten van deze “Art” serie van Duplais Absinthe een beetje afgeschrikt zijn, of de etiketten gewoon niet mooi vinden.
Toen Duplais Verte op de Amerikaanse markt gelanceerd werd, kwamen Markus Lion en Oliver Matter op het idee een alternatieve versie te maken, één waarbij de fles iets groter is (70 cl) en waar het etiket van eerder een klassieke knipoog doet naar de etiketten van absintmerken uit het Belle Epoque. Zij kwamen met een etiket naar voren met een klassiek, stijlvol ontwerp, dat door het gebruik van zilverfoliedruk toch ook weer dat moderne karakter heeft.
Omdat dit label zo goed ontvangen werd in de VS, besloten de makers van Duplais Absinthe hetzelfde principe toe te passen op de Duplais Balance en Blanche, en dit concept ook op de Europese markt te lanceren. Voornamelijk restaurants blijken erg geïnteresseerd te zijn in deze goeie absint, maar dan zonder vreemd ogende etiketten. Ikzelf vind ze alvast erg geslaagd, wat vinden jullie ervan?
Deze alternatieve versie van de Duplais Absinthe merken zijn te koop bij Absinthia.be, afzonderlijk of in een voordelig 3-pack.
Het gezellig mooie Brugge, hoofdstad van West-Vlaanderen, is een historische stad met enorm veel cultureel erfgoed. Bekend als chocoladestad, maar ook om een aantal heerlijke bieren: Brugse Zot, Blanche de Bruges, Straffe Hendrik, enz. Onder de talloze biershops is er één die nu ook echte absint verkoop – De Bierboom in de Langestraat nummer 73.
Uitbater Rudy startte, na 16 jaar succesvol het café De Bierboom te hebben uitgebaat, met deze biershop. Nadat een aantal klanten hem om echte absint vroegen, begon hij met de zoektocht hiernaar op internet. Al gauw kwam hij terecht bij Absinthia, verdeler van hoogwaardige absintmerken in België en daarbuiten. De Bierboom verkoopt momenteel La Clandestine, de Zwitserse La Bleue van ongeëvenaarde kwaliteit. Het aanbod absint zal in de toekomst nog toenemen, naargelang de vraag natuurlijk.
Hou je van Belgische bieren en goeie absint, dan voel je je gegarandeerd meteen thuis bij De Bierboom in Brugge. Een klein maar gezellig winkeltje vol bieren, met degustatieruimte, en een vrolijk vriendelijke uitbater wachten er op je.
Biershop De Bierboom
Langestraat 73
8000 Brugge
Tel.: 050 34 99 36
Web: http://www.debierboom.be/
E-mail: rudy.vossen@pandora.be
Het eerst weekend van oktober was alweer een treffen van alle grote en minder grote namen binnen de absintwereld te Pontarlier – de absinthoofdstad van weleer – waar voor de negende keer de Absinthiades gehouden werden. Hoogtepunt van deze Absinthiades is telkens het vakkundig beoordelen van een reeks absintmerken door een jury, bestaande uit onder andere een groot aantal distilleerders en verdelers van absint. De merken worden er blind geproefd zodat merknaam of afkomst geen rol speelt in de beoordeling.
De resulaten van deze “concours” liegen er niet om. Ziehier de resultaten zoals ze gepubliceerd werden op de website van Les Amis du Musée de Pontarlier.
La Clandestine 55, ook gekend als “recette Marianne“, is een zeer lichtjes aangepaste versie van de gewone La Clandestine en is bedoeld voor de Franse markt waar een lager fenchongehalte vereist is dan voor de rest van de EU. Dit is nu vier jaar na elkaar uitgekozen tot beste absint, met een topscore in de categorie “blanches” die ook nog eens hoger is dan de grote winnaar in de categorie “vertes“. Er werd overeengekomen dat La Clandestine 55 deze keer niet bij de 3 winnende merken zou worden opgenomen, waardoor La Fée XS Suisse (die trouwens ook door een kleine distilleerderij in Couvet gemaakt wordt) dit jaar de Cuillère d’Or voor de categorie “blanches” won.
Van de elf “vertes” die geproefd werden, was uiteindelijk Angélique Verte Suisse de grote winnaar. Inderdaad, ook een absint van Claude-Alain Bugnon. Hij moet erg tevreden geweest zijn dat zijn Angélique deze erkenning kreeg, na slechts enkele kleine wijzigingen na de release ervan in 2007. Ook zijn Opaline haalde de top 3. Bij deze wensen we hem dan ook van harte proficiat!
Rond 1913 – 2 jaar voor het verbod op absint – waren er maar liefst 25 verschillende absintdistilleerderijen gevestigd in de streek rond Pontarlier (Frankrijk). Vandaag de dag zijn er 2 hiervan terug actief op het gebied van absint, waaronder de distilleerderij Pierre Guy.
Deze familiedistilleerderij, in 1890 opgericht door Armand Guy en nu onder beheer van Pierre en François Guy, startte in 1922 met de distillatie van hun Pontarlier Anis in de zelfde alambieken als die waarmee zij voordien absint maakten. Pontarlier Anis is een distillaat van echt uitstekende groene anijs. In de jaren nadien breidde hun assortiment uit met eau-de-vie, likeuren, anisette en een hoop andere dingen. In 1988 werd in Frankrijk een decreet uitgevaardigd waarin een limiet voor thujon, fenchon en pinocamphon werd vastgelegd. Een drank die de limiet niet overschreed was legaal, maar in het geval van absint mocht het niet expliciet “Absinthe” heten. Aan dit decreet werd echter niet veel ruchtbaarheid gegeven, waardoor het tot in 2001 duurde eer de distilleerderij van Pierre en François opnieuw absint gingen distilleren.
Voor de productie van absint gebruikt men bij Pierre Guy alsem die lokaal wordt geteeld, geoogst en gedroogd. Net zoals vroeger dus. Dezelfde alambieken als toen worden ook nu nog gebruikt voor de distillatie ervan. Dubbelwandige ketels, au bain marie verwarmd door stoom, met een bolvormige hoed en zwanenhals. Ook hebben zij nog een aantal eikenhouten bewaarvaten uit omstreeks 1900 waarin zij de absint bewaren. De anijs die ze voor de absint gebruiken is dezelfde als die voor hun Pontarlier Anis, en is werkelijk om van te snoepen. Het enige waar hun recept verschilt met dat van andere merken is dat zij geen venkel gebruiken.
Hun absint ontving tot driemaal toe de gouden absintlepel op de Absinthiades (2002, 2003 en 2004), het jaarlijks absintfestival te Pontarlier. Absint François Guy behoort bij de klassiekers van de hedendaagse absint, en mag dus zeker niet ontbreken in de collectie van elke liefhebber van deze goddelijke drank.


